Tekenkunst

74 tekeningen van Rembrandt, Bol, Maes en anderen
The Peck Collection, Ackland Art Museum (USA)
18 maart – 11 juni 2023

Voor het eerst in Europa zijn 74 tekeningen van onder andere Rembrandt, Bol en Maes uit The Peck Collection (Ackland Art Museum, USA) te zien, op de plek waar Rembrandt zelf zijn tekeningen maakte. Je komt haast niet dichter bij een kunstenaar dan door zijn tekeningen. Anders dan schilderijen en etsen, vertellen tekeningen namelijk nóg meer over de werkwijze. Je kunt de hand van de kunstenaar volgen langs de tekenlijnen – of het nu gaat om een snelle schets of om een nauwkeurig uitgewerkt kunstwerk. De tentoonstelling Tekenkunst in Museum Rembrandthuis is ingedeeld in zeven hoofdstukken, die samen de centrale vraag beantwoorden: ‘Waarom maakte een zeventiende-eeuwse kunstenaar tekeningen?’ In de nieuwe, derde tentoonstellingszaal organiseert het museum workshops tekenen met zeventiende-eeuwse technieken en materialen.

Kijk mee over de schouder van de kunstenaar

Je komt haast niet dichter bij een kunstenaar dan door zijn tekeningen. Anders dan schilderijen en etsen, vertellen tekeningen namelijk nóg meer over de werkwijze. Tekeningen geven de mogelijkheid om de hand van de kunstenaar te volgen langs de tekenlijnen – of het nu gaat om een snelle schets of om een nauwkeurig uitgewerkt kunstwerk. In de tijd van Rembrandt werkten kunstenaars ‘nae het leven’ en gaven ze weer wat ze zagen: de natuur, de stad, de mensen. De tentoonstelling Tekenkunst in Museum Rembrandthuis brengt de tekenpraktijk van Rembrandt en zijn tijdgenoten in beeld in zeven thema’s: ‘Oefenen in het atelier’, ‘Ideeën uitwerken’, ‘Motieven verzamelen’, ‘Kunst maken’, ‘Plaatsen tijdens wandelingen vastleggen’, ‘Observaties vastleggen’ en ‘Herinneringen aan verre reizen vastleggen’. Samen beantwoorden zij de centrale vraag: ‘Waarom maakte een 17de-eeuwse kunstenaar tekeningen?’

Amerikaanse voorliefde voor 17de-eeuwse Nederlandse kunst

Het verzamelaarsechtpaar Peck legde de afgelopen decennia een topcollectie tekeningen aan van 17de-eeuwse meesters. Daarmee staan zij in een traditie van beroemde Amerikaanse verzamelaars die zich op deze periode hebben gericht, onder wie Herny Clay Frick (oprichter van de Frick Collection) en Thomas Kaplan (oprichter van The Leiden Collection). De Pecks doneerden in 2016 hun miljoenencollectie 17de-eeuwse Hollandse en Vlaamse tekeningen aan het Ackland Art Museum van de University of North Carolina, in Chapel Hill, Verenigde Staten. Deze gift ging gepaard met een publicatie een tentoonstelling in Ackland. De verzameling met maar liefst 74 tekeningen, waaronder enkele Rembrandts, beleeft nu zijn Europese première in Museum Rembrandthuis in Amsterdam.

 

Klik hier voor meer informatie over de Peck-collectie

Deze tentoonstelling is georganiseerd door the Ackland Art Museum at the University of North Carolina at Chapel Hill

Bekijk hier alle activiteiten rondom de tentoonstelling Tekenkunst

Hansken. Rembrandts olifant

Ze was beroemd in heel Europa: de Aziatische olifant Hansken. In het midden van de zeventiende eeuw was zij de enige levende olifant op het continent en werd ze langs jaarmarkten, kermissen en hoven gevoerd. Toen Hansken in Amsterdam was, zag en tekende Rembrandt haar. Aanleiding voor Museum Het Rembrandthuis om het levensverhaal van Hansken te vertellen in een tentoonstelling voor jong en oud. Hansken, Rembrandts olifant toonde kunstwerken van Rembrandt en zijn tijdgenoten, historische documenten en een digitale kaart waarop je Hanskens sporen door Europa kunt verkennen. Maar ook Hanskens schedel, die bewaard is gebleven en speciaal voor deze tentoonstelling vanuit Italië naar Museum Het Rembrandthuis was gebracht. Het verhaal van Hansken is wonderlijk, maar ook ontroerend. Ze heeft in haar leven veel moeten doorstaan; ze werd gedwongen lange tochten te maken en moest voortdurend optreden. Naast de mooie kunstwerken die van haar zijn gemaakt door Rembrandt en zijn tijdgenoten, werden in deze tentoonstelling ook de hedendaagse perspectieven op olifantenwelzijn belicht. 

 

Rembrandt ontmoet Hansken
In 1633 was Hansken voor het eerst in Amsterdam. Die zomer was ze te zien op de Kloveniersburgwal, om de hoek bij Rembrandt. Maar de kunstenaar was destijds mogelijk in Friesland. In de herfst van 1637 was de olifant opnieuw in Amsterdam en toen greep Rembrandt zijn kans. Hij moet vol verwondering zijn geweest: hij had immers nooit eerder een olifant in het echt gezien. Het enorme, grijze dier met haar lange slurf zal grote indruk op hem hebben gemaakt; hij heeft haar een aantal keer vereeuwigd.

 

 

Leonore van Sloten, conservator Museum Het Rembrandthuis: ‘Rembrandts tekeningen van Hansken geven zijn observerende en geïnteresseerde blik goed weer: hij tekende haar “nae ’t leven”, met aandacht voor elk detail zoals haar korte haartjes, huidplooien en de bewegingen van haar poten en slurf. De tekeningen hangen in de tentoonstelling naast Rembrandts ets van Adam en Eva in het paradijs. Daarop is Hansken in de achtergrond te zien. Rembrandt voegde iets actueels toe aan het Bijbelse verhaal, waarmee deze prent extra aantrekkelijk werd voor kopers.’

 

Rembrandt, Adam en Eva in het paradijs, 1638. Ets. Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam (detail).

 

Hansken liet haar sporen niet alleen achter in kunstwerken. In 1647 is ze op de dijk langs de Amstel, net buiten de stad, door een houten brug gezakt en in het water terechtgekomen – met goede afloop. Een kort gedichtje, ‘De Olifantsbrug’ van de zeventiende-eeuwse dichter Jan Six van Chandelier, gaat daarover. De brug werd hersteld, maar nu van steen gebouwd en sindsdien de Olifantsbrug genoemd. In de buurt liep ook het Olifantspad en er was een herberg die De Oliphant heette.

 

 

Hanskens tocht door Europa
Hoe was Hansken eigenlijk in Europa gekomen, en hoe verging het haar? De eerste aanzet voor haar komst werd gegeven door stadhouder Frederik Hendrik, die grote interesse had in de gebieden die de VOC kolonialiseerde. Zo verzocht hij de VOC zelfs enkele malen om hem exotische dieren toe te sturen, waaronder een olifant. Nadat een schip met een olifant in 1629 was gezonken, kwam in 1633 een tweede schip aan in Amsterdam. Aan boord was de driejarige Hansken, een olifant uit Ceylon. Zij kwam te staan in een buitenverblijf van Frederik Hendrik, Huis ter Nieuburg in Rijswijk. Na een paar jaar werd ze verkocht aan Cornelis van Groenevelt, die haar vervolgens bijna twintig jaar lang door Europa zou voeren. Pamfletten riepen het publiek op om naar een voorstelling te komen kijken – Hansken was het prototype van het latere circusdier. Haar leven was kort: door gebrek aan kennis kreeg ze niet de juiste voeding en verzorging. Ze overleed, slechts 25 jaar oud, tijdens een optreden in Florence. Kunstenaar Stefano della Bella was hierbij aanwezig en legde het dode dier vast in een paar ontroerende tekeningen. In samenwerking met ARTIS, het IFAW en de Marjo Hoedemaker Elephant Foundation bood Hansken, Rembrandts olifantH ook een hedendaags perspectief op olifantenwelzijn in de zeventiende eeuw en nu.

Talkshows en podcasts
Tijdens de tentoonstelling zijn talkshows gemaakt over Hansken en olifantenwelzijn door het museum zelf en door AT5. De aflevering van CULT op AT5 is hier terug te kijken.

In samenwerking met MuseumTV is een documentaire gemaakt over Hansken, die hier te bekijken is. Op het Vimeo-kanaal van het Rembrandthuis is een langere Engelstalige  video-on-demand versie van de documentaire te vinden.

Activiteiten voor jong en oud, en hét boek over Hansken
In de tentoonstelling zat een speciale kinderlijn met activiteiten voor kinderen van 6 tot 12 jaar. Leer olifanten tekenen als Rembrandt, volg Hanskens reis van Ceylon naar Amsterdam en zet haar skelet weer in elkaar. Ontdek ook alles over Aziatische olifanten; hoe denk jij dat het leven van Hansken was? De tentoonstelling nodigde volwassenen en kinderen uit om hierover in gesprek te gaan. Daarnaast gaf Museum Het Rembrandthuis workshops voor volwassenen en kinderen, organiseerde ARTIS Academie een lezing met rondleiding in het dierenpark en tekenworkshops bij het olifantenverblijf door docenten van ARTIS Ateliers, en gaf de Vrije Academie lezingen over de tentoonstelling. In de museumwinkel en webshop is tevens hét boek over Hansken verkrijgbaar (in het Nederlands en Engels): Rembrandts olifant. In het spoor van Hansken, geschreven door gastconservator Michiel Roscam Abbing.

 

 

‘Hansken, Rembrandts olifant’ is ontstaan naar het idee van Michiel Roscam Abbing (gastconservator en auteur van ‘Rembrandts olifant. In het spoor van Hansken’) en Anneke Groen (conceptontwikkelaar). De tentoonstelling is gemaakt in samenwerking met ARTIS, het IFAW en de Marjo Hoedemaker Elephant Foundation, en mede mogelijk gemaakt door het Prins Bernhard Cultuurfonds, Fonds 21, Stichting Zabawas, de Turing Foundation, de Gravin Van Bylandt Stichting, de P.W. Janssen’s Friesche Stichting en een anoniem fonds.

 

HIER Zwart in Rembrandts tijd

Black people were present in the Netherlands in the seventeenth century. Here, in society, in Rembrandt’s neighbourhood and in art. This has long—wrongly—been overlooked. From 6 March to 31 May 2020 in The Rembrandt House Museum you can come eye to eye with extraordinary portraits of black people. How did artists depict them? And can we find out who they are? HERE: Black in Rembrandt’s Time is about overlooked works of art and representation, about recognition and acknowledgment.

 

 

What strikes us in Rembrandt’s art and that of many of his contemporaries? The stereotypes that later fixed the image of black people were yet to prevail. Black people are not simply secondary figures in subordinate roles, but often the subjects of the work. The exhibition also tells the stories behind the works. Between around 1630 and 1660 there was a small community of free black people around Jodenbreestraat, in Rembrandt’s neighbourhood. Recent research has revealed a lot more about these Afro-Amsterdammers.

“For years I’ve been looking for portraits of black people like me. Surely there had to be more than the stereotypical images of servants, enslaved people or caricatures? I found the alternative in Rembrandt’s time: a gallery of portraits of black people who are depicted with respect and dignity.” –Stephanie Archangel, Guest Curator

“As a museum we hope that this exhibition will make an impact. HERE. Black in Rembrandt’s Time is a powerful statement about black presence and representation in the Netherlands, about better looking and blind spots, about having a voice and a changing image.” – Lidewij de Koekkoek, Director, The Rembrandt House Museum

HERE: Black in Rembrandt’s Time runs from 6 March to 31 May 2020 in The Rembrandt House Museum. The exhibition was the brainchild of guest curators Elmer Kolfin and Stephanie Archangel, the design was by Raul Balai and Brian Elstak. Multi-disciplinary evening programmes in a number of venues accompany this exhibition. WBOOKS is publishing a book and there will also be a zine about contemporary black artists.

 

 

(l. to r.) Rembrandt, Bust of a Woman, 1630. Amsterdam, The Rembrandt House Museum | Hendrick Heerschop, King Caspar, 1654 or 1659. Berlin, Staatliche Museen Preussischen Kulturbesitz, Gemäldegalerie | Gerrit Dou, Tronie of a Young Man in a Turban, c. 1635, Landesmuseum, Hannover | Jasper or Jeronimus Beckx, Portrait of Dom Miguel de Castro, 1643. Copenhagen, Statensmuseum for Kunst.

HERE: A Selection

Rembrandt’s interest in black people was highly unusual in the seventeenth century. They appear in at least ten of his paintings, six etchings and six drawings. They are usually secondary figures, but in a 1630 etching (‘Bust of a Woman’) a young woman stars. Rembrandt made this etching when he was still living in Leiden. Her facial features indicate that she was black, but he had not yet managed to make her skin appear dark. He had more success with this aspect later, in Amsterdam; his later portraits are often accurately depicted from life. It seems likely that Rembrandt used his neighbours as models.

Another eye-catching work in the exhibition is Hendrick Heerschop’s King Caspar. Legend has it that one of the three magi who came to worship the Christ child was an African. Sometimes he is called Caspar, sometimes Balthasar. Heerschop painted him without a setting or a story. He can only be identified by his expensive clothes and the jar of incense he gave as his gift. But it is the man’s face that attracts the most attention; he looks at us proudly and self-confidently. Rembrandt’s first pupil, Gerrit Dou, also made an impressive portrait of a black boy dressed in a fantasy costume, looking at us over his shoulder.

What remains complicated is the identity of the seventeenth-century black sitters. We are discovering more and more names of Rembrandt’s black neighbours, but we cannot link them to the portraits. We do, though, know who the man in the portrait on the right is. Dom Miguel de Castro was a controversial figure, the ambassador of Soyo (or Sonho), a region of the Congo that wanted independence. Dom Miguel and his servants came to Holland to argue his case and he sat for his portrait during his stay in Middelburg. He is shown here according to the standards of a seventeenth-century portrait of an important man: powerful and serious.

 

HERE: Black Artists Now

 

In contemporary art, black plays an entirely different role from that in the seventeenth century. Now there are black artists who reflect on their own identities. And when black people are depicted, we know who they are. Both sides, the maker and the portrayed, now have a voice. The exhibition features new and existing works by ten prominent contemporary artists, including Iris Kensmil, Iriée Zamblé and Charl Landvreugd.

 

Dutch Masters Revisited

Dutch Masters Revisited is a growing exhibition of photographs curated by Jörgen Tjon a Fong, in which prominent Dutch people of colour put themselves in the place of their seventeenth- and eighteenth-century predecessors. These proud, compelling portraits are made in the style of Rembrandt and his contemporaries. Four new portraits – of Humberto Tan, Jeangu Macrooy, Tania

Kross and Daniël Boissevain among others – have been made especially for The Rembrandt House Museum. The photos were made by Cigdem Yuksel and Ahmet Polat (former Laureate Photographer of the Nation) in the Oude Kerk and in The Rembrandt House Museum. Three of the portraits are on display in Rembrandt’s former home; the fourth is part of the exhibition HERE: Black in Rembrandt’s Time.

The exhibition is made possible in part by Fonds 21, the Mondrian Fund, the Prins Bernhard Cultuurfonds, the Ten Hagen Fonds, the Nachenius Tjeenk Foundation and VSBfonds. The exhibition has also been supported by the Dutch government: an indemnity grant has been provided by the Cultural Heritage Agency of the Netherlands on behalf of the Minister of Education, Culture and Science.

Rembrandt’s Social Network. Familie, vrienden en relaties

Rembrandt’s Social Network

Zelfs een groot kunstenaar als Rembrandt was geen eenzaam genie. Als een goede netwerker zette hij zijn sociale netwerk actief en doelbewust in. Hij had familie en vrienden die hem hielpen, zijn kunstwerken kochten, hem geld leenden en hem artistiek uitdaagden. In Rembrandt’s Social Network leer je Rembrandt beter kennen via zijn vrienden: van jeugdvriend Jan Lievens en kunstkenner Jan Six tot de familie van zijn vrouw Saskia Uylenburgh, zijn ‘bloedvrienden’. Met deze tentoonstelling gaf Museum Het Rembrandthuis de aftrap voor het landelijke themajaar Rembrandt en de Gouden Eeuw 2019, 350 jaar na zijn dood.

Als vriend blijkt Rembrandt een eigenzinnig persoon. Hij investeerde niet veel in een goede relatie met de elite; hij omringde zich liever met mensen die verstand hadden van kunst. De vele kunstwerken die hij van familieleden en vrienden maakte, zijn een unicum in de zeventiende eeuw door de uitzonderlijk intieme en informele sfeer.

 

 

Links: Rembrandt, Portret van de apotheker Abraham Francen, 1655-1659, ets, droge naald en burijn, 159 x 210 mm., Amsterdam Museum | Rechts: Jan Lievens, Portret van Rembrandt, ca. 1629, olieverf op paneel, 57 x 44 cm., Rijksmuseum, particuliere bruikleen.

 

Jeugdvriend, bloedvriend of ware vriend?

Tegenwoordig vraagt Facebook je om je online sociale netwerk te categoriseren: is deze connectie ‘familie’, een ‘goede vriend’ of misschien gewoon ‘een kennis’? Ook een zeventiende-eeuwer zou deze vraag makkelijk kunnen beantwoorden: ook toen had je verschillende categorieën vriendschappen. De tentoonstelling Rembrandt’s Social Network liet met behulp van sprekende portretten zien dat we in Rembrandts leven vijf typen vriendschappen kunnen onderscheiden.

Zo waren er de jeugdvrienden als kunstenaar Jan Lievens, met wie Rembrandt een atelier deelde in Leiden. Zogenoemde bloedvrienden waren familieleden die een grote rol speelden in het sociale en economische leven van Rembrandt, wat met name de familie van zijn vrouw Saskia Uylenburgh was. De kenners, waaronder Jan Six, waren bevriende verzamelaars die kunstwerken van Rembrandt kochten en hem aan opdrachten hielpen. Onder zijn kunstvrienden bevonden zich ook enkele bevriende leerlingen, zoals Philips Koninck, Roelant Roghman en Gerbrand van den Eeckhout. De vertrouwelijke band met hen spreekt onder andere uit het feit dat Rembrandt uitstapjes met ze ondernam om samen te tekenen, waardoor hun schetsen vaak heel vergelijkbaar zijn. Tot slot had je ware vrienden: hen leer je kennen in tijden van nood. Voor Rembrandt kwamen de moeilijke tijden omstreeks 1652 toen hij 46 jaar oud was en door financiële problemen uiteindelijk zijn bezittingen moest verkopen. In deze periode is hij geholpen door een paar trouwe vrienden, waaronder de verzamelaar Abraham Francen voor wie hij een bijzondere portretprent maakte.

 

Rembrandt, Portret van Titus ca. 1660 Olieverf op doek, 81,5 x 78,5 cm Baltimore, Museum of Art (The Mary Frick Jacobs Collection).

 

Hoogtepunt: Rembrandts portret van Titus uit Baltimore

De tentoonstelling bevatte schilderijen, tekeningen, prenten, beeldhouwwerken, boeken en documenten. Eye-catchers was een aantal bijzondere alba amicorum (‘vriendenboekjes’) en de vele portretetsen die Rembrandt maakte van diverse vrienden en relaties. Het hoogtepunt van deze tentoonstelling was Rembrandts indrukwekkende en persoonlijke portret van zijn 19-jarige zoon Titus. Dit bijzondere bruikleen uit het Baltimore Museum of Art is nooit eerder op een tentoonstelling in Europa getoond.

Rembrandts zoon Titus stelde zijn leven geheel in dienst van zijn beroemde vader. Na Rembrandts faillissement in 1656 nam Titus samen met zijn vaders vriendin Hendrickje Stoffels de verkoop over van zijn vaders werken en begon een kunsthandel, gespecialiseerd in het werk van Rembrandt. Op deze manier werden de schuldeisers van zijn vader buiten de deur gehouden en werd Titus feitelijk de opdrachtgever van zijn vader. In Rembrandts schilderij zit Titus ontspannen in zijn stoel, zijn hand aan zijn kin. Daarmee is dit los geschilderde portret typerend voor Rembrandts omgang met zijn vrienden en familieleden: een informeel en origineel meesterwerk.

Inspired by Rembrandt. 100 jaar verzamelen door het Rembrandthuis

Inspired by Rembrandt

Rembrandt blijft boeien – niet alleen tijdens het Rembrandtjaar 2019, 350 jaar na zijn dood, maar ook in de afgelopen eeuwen. Rembrandts etsen hebben kunstenaars op allerlei manieren geïnspireerd. Daarover ging de tentoonstelling Inspired by Rembrandt. Ditmaal deed Museum Het Rembrandthuis een greep uit zijn eigen collectie. Het museum is immers niet alleen het voormalig woonhuis en atelier van Rembrandt. Sinds ruim honderd jaar verzamelt het museum ook kunst op papier – de collectie telt inmiddels ruim 4000 prenten. Niet alleen Rembrandts, maar ook kunst van zijn navolgers – zowel die uit zijn eigen tijd, als de kunstenaars van nu.

 

 

100 jaar verzamelen door het Rembrandthuis

In acht prikkelende thema’s – koppen’, ‘natuur’, ‘leven’, ‘zelf’, ‘leegte’, ‘zwart’ en ‘rauw’ – vormden de etsen van Rembrandt de inleiding op werken van onder andere Pablo Picasso, Horst Janssen, Charles Donker, Aat Veldhoen, Marlene Dumas en Glenn Brown.

 

Links: Glenn Brown, Half-Life (naar Rembrandt) 2, Museum Het Rembrandthuis | Rechts: Pablo Picasso, Rembrandt en drie vrouwenhoofden, 1934, Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam

 

DE VROUW VAN DE GROENTEBOER

Soms nemen kunstenaars onderwerpen uit Rembrandts werk over, zoals zijn ‘tronies’ – koppen van een karakter of type, bijvoorbeeld een vrolijke soldaat of een onbekende oosterling. De meeste kunstenaars lijken echter vooral geïnteresseerd te zijn geweest in de typische artistieke kwesties waarmee Rembrandt zich bezighield: de expressiviteit in zijn lijnen, de weergave van schaduw, het zoeken naar een diep zwarte toon en natuurlijk de compromisloze weergave van de werkelijkheid, waaronder zaken waar nog steeds een taboe op rust, zoals verwrongen gezichten, oude lichamen, diepe rimpels en mensen die plassen in het openbaar.

 

Links: Marlene Dumas, Plassende vrouw, 1996, Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam | Rechts: Charles Donker, Meidoornstruiken in de sneeuw in Groningen, ca 1985, Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam

 

Rechts: Rembrandt, Naakte vrouw, zittend op een heuveltje, ca. 1631, ets, staat II(2), 177 x 160 mm., Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam. | Links: Aat Veldhoen, Mevrouw Vlek, 1964. Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam

 

DEBUUT AANKOOP VAN FERDINAND BOL

Deze tentoonstelling was ook het debuut voor Ferdinand Bols ets De Heilige Familie in een woonvertrek uit 1643, dat het museum heeft aangekocht tijdens TEFAF 2019. Ferdinand Bol (1616-1680) was tussen 1636 en 1640 bij Rembrandt in de leer. Hij was de enige leerling van Rembrandt die vervolgens niet alleen schilderijen, maar ook een groot aantal etsen heeft gemaakt. Hij modelleerde zijn voorstellingen regelmatig naar die van zijn voormalige leermeester en lijkt zich zo voortdurend met hem te hebben willen meten. In deze ets staat de donkerte centraal: twee-derde van de ets bestaat uit bijna alles-absorberend zwart. Maar ook in dit donkere vlak openbaren zich steeds meer details, als je wat langer kijkt: een huiselijk interieur met onder andere een bedstee, een wiegje en een kat die het tafereel nauwlettend in de gaten houdt. Bol bewijst even virtuoos als zijn voormalige leermeester te zijn.

 

Detail uit: Ferdinand Bol, De Heilige Familie in een woonvertrek, 1643, Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam.

Laboratorium Rembrandt. Rembrandts techniek ontrafeld

Laboratorium Rembrandt

Hoe maakte Rembrandt zijn schilderijen, etsen en tekeningen? En hoe onderzoeken wij dat tegenwoordig? In het najaar van 2019 werd in het museum een laboratoriumachtige setting gecreëerd, waarin nieuwe inzichten werden blootgelegd over diverse schilderijen van Rembrandt, vondsten uit zijn beerput en zijn prenten en tekeningen. In de tentoonstelling Laboratorium Rembrandt. Rembrandts techniek ontrafeld stapten bezoekers in de schoenen van de wetenschappers. 

 

 

De afgelopen jaren zijn diverse kunstwerken van Rembrandt door onderzoekers aan de nieuwste methoden onderworpen, waaronder Macro X-Ray Fluorescentie, kortweg macro-XRF. Hiermee kunnen we ín de verf van Rembrandts schilderijen kijken en onder andere veranderingen die tijdens het schilderen zijn gedaan in kaart brengen. Maar ook pigmenten, waarvan niet bekend was dat Rembrandt deze gebruikte, zijn zo gevonden. Sinds kort worden ook zijn tekeningen met deze methode onderzocht, om vast te stellen welke inkten hij gebruikte. Deze interactieve tentoonstelling bracht de wereld van het materiaal-technisch onderzoek tot leven voor zowel volwassenen als kinderen vanaf 6 jaar, dankzij de speciale Rembrandt Junior Lab-route – kunst meets wetenschap.

 

 

Links: Rembrandt, Portretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit, 1634. Collectie Rijksmuseum/ Collectie Musée du Louvre [als reproductie in de tentoonstelling te zien] | Rechts: Macro rontgenfluorescentie (MA-XRF) scan van Rembrandts portretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit uit 1634. Beeld: Rijksmuseum, Amsterdam.

Onder Marten en Oopjen spieken, Rembrandts gemiddelde werkdag en een recent ontdekt pigment

De tentoonstelling was opgebouwd in drie delen: ‘Verborgen ingrediënten’, ‘Rembrandt-raadsels’ en ‘Rembrandt aan het werk’. In elk deel kwam een aantal lopende onderzoeken aan bod, waarin je als bezoeker de kans kreeg om mee te denken over de uitkomsten. In totaal werden zes cases met verschillende onderzoeksvragen uitgelicht, gepaard met vaak verrassende nieuwe inzichten. Een tipje van de sluier:

Ze zijn wereldberoemd: Marten en Oopjen, als portretten ten voeten uit geschilderd door Rembrandt in 1634 (collectie Rijksmuseum en Musée du Louvre). Maar wat zit er onder het oppervlak van deze schilderijen? In Laboratorium Rembrandt werden voor het eerst de onderzoeksresultaten aan het grote publiek getoond, aan de hand van reproducties op ware grootte en scans die van de doeken zijn gemaakt.

Kunnen we erachter komen hoe een schilderdag er voor Rembrandt uitzag? Dankzij XRF-data kunnen we nu zien hoe hij zijn schilderij De man met de rode muts uit ca. 1660 (collectie Museum Boijmans van Beuningen) veranderde, en welke verf uit dezelfde schilderfase stamt. In de tentoonstelling wordt het originele schilderij getoond, samen met een indrukwekkende digitale impressie van deze mogelijke ‘giornate’.

Ook is er een nieuw (zeer giftig) pigment ontdekt in het werk van Rembrandt. Hierdoor is zijn kleurenpalet uitgebreid naar vijftien pigmenten. We kunnen het pigment koppelen aan slechts twee schilderijen, waaronder een van de beroemdste meesterwerken van de kunstenaar. Het pigment verandert na verloop van tijd van kleur en is mede daarom niet eerder opgemerkt. In de tentoonstelling werd, met behulp van microscopen en een reproductie met ingebouwd touchscreen, getoond hoe het is ontdekt.

 

 

Links: Rembrandt (toegeschreven), De man met de rode muts, ca. 1660, Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam. | Midden: Rembrandt, Jonge vrouw zittend bij een raam (Saskia?), ca. 1638. Rijksmuseum, Amsterdam | Rechts: False color beeld van de ijzer-, calcium- en zwavelkaarten (Macro X-Ray Fluorescence) van Rembrandts tekening van een jonge vrouw zittend bij een raam uit ca. 1638, collectie Rijksmuseum, Amsterdam. Beeld: Frank Ligterink (onderzoeksteam Drawing out Rembrandt)

 

Speciaal voor kleine ontdekkers

In deze tentoonstelling keek je niet alleen met je ogen, maar ook met je handen! Elke jonge bezoeker vanaf 6 jaar kreeg bij binnenkomst in het museum een speciaal clipboard mee met een onderzoekskit. Aan de hand van vragen en opdrachten ging je zelf op onderzoek uit in de tentoonstelling.

Zo vond je bij het onderdeel over Rembrandts etsen de vraag: ‘Is deze ets door Rembrandt gemaakt?’ Je speurde digitaal door verschillende watermerken om uit te vinden of er een match is met het watermerk dat je voor je ziet. Zo ontdekte je uit welk jaar het papier komt, en of hierop dus door Rembrandt kan zijn gedrukt. Bij het onderdeel over Rembrandts tekeningen kon je met ganzenveren op een magic drawing board tekenen: hoeveel verschillende lijndiktes zijn er mogelijk? Ook kon je met behulp van UV-licht zien ‘wat wij over het hoofd zien’: ontdek wat je niet met het blote oog op een tekening kunt zien, maar wat er wel zit!

 

Deze tentoonstelling wordt georganiseerd in samenwerking met het Rijksmuseum, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed | Rijkserfgoed Laboratorium, de Universiteit van Amsterdam en de Technische Universiteit Delft (tezamen verenigd in NICAS), Monumenten en Archeologie Gemeente Amsterdam, het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, The Watermark Identification in Rembrandt’s Etchings Project (WIRE) en zelfstandig onderzoekers.

Bijzonder bezoek

Bijzonder bezoek

 

In 2018 waren twee recent herontdekte schilderijen te zien in het Rembrandthuis: Portret van Petronella Buys (1635) van Rembrandt en Man met zwaard (ca. 1640-1644) dat geschilderd is door Rembrandt en een medewerker uit zijn atelier. De twee werken zijn aangekocht door het New Yorkse verzamelaarsechtpaar Thomas S. Kaplan en Daphne Recanati Kaplan. Zij zijn oprichters van de verzameling die beter bekend is als The Leiden Collection, de grootste particuliere collectie van Nederlandse zeventiende-eeuwse kunst ter wereld. De twee schilderijen vertellen beide een boeiend verhaal van toeschrijving en het belang van kunsthistorisch en technisch onderzoek.

 

(links) | Rembrandt en atelier, Man met zwaard, ca. 1640-1644.
Doek, 102,3 x 88,5 cm, New York, The Leiden Collection

Lange tijd werd dit als een schilderij van Rembrandt gezien, tot de toeschrijving in 1970 werd verworpen en men zelfs opperde dat het een achttiende-eeuwse nabootsing zou kunnen zijn. Nieuw onderzoek heeft uitgewezen dat Rembrandt oorspronkelijk een portret heeft geschilderd, maar dat dit werk vervolgens een ware transformatie heeft ondergaan door een van Rembrandts leerlingen in zijn atelier. Het resultaat is de fantasietronie die we nu zien. Hoewel Rembrandts oorspronkelijke voorstelling grotendeels is overgeschilderd, is het gezicht onaangeroerd gebleven; de schilderstijl is kenmerkend voor Rembrandt in de begin jaren 1640.

(rechts) | Rembrandt, Portret van Petronella Buys, 1635.
Paneel, 79,5 x 56,3 cm, New York, The Leiden Collection

Van dit schilderij was decennialang niet bekend waar het was, tot het in 2017 opdook op de kunstmarkt. Het is geschilderd in 1635, een drukke tijd voor Rembrandt. Zijn signatuur staat erop en het pendant met het portret van Petronella’s echtgenoot Philip Lucasz (National Gallery, Londen) is een onbetwiste Rembrandt. Desondanks suggereerde het Rembrandt Research Project in 1989 dat het portret waarschijnlijk door een assistent geschilderd was. Daar denken we nu anders over. Rembrandt schilderde het werk wel degelijk zelf, alleen losser en sneller dan we gewend zijn. Het was vermoedelijk een spoedklus: Petronella vertrok op 2 mei 1635 naar Batavia.

 

 

Dit was de tweede keer in relatief korte tijd dat The Leiden Collection een deel van hun verzameling toonde in het Rembrandthuis. Eind 2016 leidde de spectaculaire ontdekking van een verloren gewaande Rembrandt – een van diens vroegste werken – tot de drukbezochte presentatie Rembrandts eerste schilderijen. De vier zintuigen. Met de huidige presentatie heeft het Rembrandthuis de Europese primeur.

‘Wij zijn blij om als eerste de huidige herontdekte schilderijen aan het Europese museumpubliek te mogen tonen. Dit past ook geheel in de positie die het museum de afgelopen decennia heeft verworven als de plek waar ontdekkingen en onderzoeksresultaten rondom Rembrandt, zijn leerlingen en omgeving worden gepresenteerd. Het is fijn om wederom zulke juweeltjes uit The Leiden Collection in huis te hebben.’

– Lidewij de Koekkoek, directeur van Museum Het Rembrandthuis

Portret van Petronella Buys en Man met zwaard waren te zien in combinatie met tekst en beeld, waardoor de fascinerende verhalen achter de werken tot leven komen – van twijfel en herontdekking tot nieuw onderzoek en toeschrijving. Beide schilderijen zijn zo’n 100 jaar niet meer in Nederland geweest, en reizen in het voorjaar van 2019 verder naar het Louvre in Abu Dhabi voor de omvangrijke overzichtstentoonstelling van The Leiden Collection.

 

The Leiden Collection

The Leiden Collection is opgericht in 2003 door Dr. Thomas S. Kaplan en zijn vrouw Daphne Recanati Kaplan. De collectie omvat ongeveer 250 schilderijen en tekeningen en is de grootste verzameling van Nederlandse zeventiende-eeuwse kunst ter wereld. De collectie is vernoemd naar Rembrandts geboortestad Leiden. The Leiden Collection gaf voorheen anoniem haar werken in bruikleen voor tentoonstellingen. In 2017 heeft het grote publiek voor het eerst kennis kunnen maken met de collectie dankzij een speciale tentoonstelling in het Louvre in Parijs.

Rembrandt Open Studio

Rembrandts huis was een creatieve broedplaats. Rembrandt werkte hier namelijk niet alleen; ook vele leerlingen maakten hier kunst, soms wel vier of vijf tegelijkertijd. Nu, bijna 400 jaar later, brengen we dit weer terug. Een nieuwe generatie kunstenaars krijgt de mogelijkheid om nieuw werk te maken, met een hedendaagse blik op de kunst van Rembrandts tijd en de wereld van nu. 

 

Iriée Zamblé en Timothy Voges

In het najaar van 2020 hielden Iriée Zamblé en Timothy Voges atelier op zaal. Zij reflecteerden op de thema’s van de tentoonstelling Leef/Tijd: ouderdom, vergankelijkheid, kracht en kwetsbaarheid. Zamblé en Voges verbleven tegelijkertijd in de tentoonstellingszaal en waren  afwisselend – soms alleen, soms samen – aan het werk en toonden bestaand werk.

 

 

Iriée Zamblé (Amsterdam, 1995) maakt geschilderde tronies en portretten van zwarte mensen. In
haar werk gaat het vooral om representatie, identiteit en aanwezigheid. Essentieel is dat er ruimte is
voor zwarte mensen om gewoon te zijn en zich bezig te houden met de dagelijkse dingen. Ze laat zich
voor haar schilderijen inspireren door mensen die ze tegenkomt, veelal op straat.

 

De schilderijen van Timothy Voges (Willemstad, 1993) zijn uitsneden van gevonden beelden uit de
media of oude bronnen, waarbij de context ontbreekt. Hierdoor is er veel open voor interpretatie.
Mogelijkerwijs zeer willekeurige scènes lijken soms onheilspellend, kwetsbaar, voyeuristisch of juist
nostalgisch. Dat ligt aan de kijker zelf.

 

Glenn Brown – Rembrandt: After Life

Glenn Brown – Rembrandt: After Life

 

Van 27 januari tot en met 23 april 2017 presenteerde Museum Het Rembrandthuis het werk van de hedendaagse Britse kunstenaar Glenn Brown (1966) in de tentoonstelling Glenn Brown – Rembrandt: After Life. Brown is internationaal vermaard om zijn intrigerende en confronterende werk, veelal op groot formaat en geïnspireerd op het werk van oude meesters, waaronder Rembrandt. Brown eigent zich het werk van Rembrandt en zijn tijdgenoten op een meedogenloze en brutale manier toe. Speciaal voor de tentoonstelling maakte hij nieuw werk (schilderijen, tekeningen én etsen) dat voor het eerst getoond zal worden.

Hoewel het Rembrandthuis zich al langer richt op het tonen van Rembrandts invloed op andere kunstenaars, slaat het museum met deze tentoonstelling een nieuwe richting in. Nog niet eerder was er in het Rembrandthuis een tentoonstelling te zien van een  buitenlandse kunstenaar met de internationale statuur van Glenn Brown. Samen met kunstenaars als Damien Hirst en Tracey Emin nam Brown deel aan de tentoonstelling Sensation in de Royal Academy of Arts in Londen in 1997. Hij geldt als één van de belangrijkste YBA’s (Young British Artist). Zijn werk geniet brede erkenning en was dit jaar te zien in drie solotentoonstellingen in de Verenigde Staten en Frankrijk.

 

Links: Glenn Brown, Poor Art, in progress, olieverf op paneel, 108,5 x 74 x 2,2 cm, verzameling van de kunstenaar. Rechts: Glenn Brown, Joseph Beuys, 2001, olieverf op paneel, 96 x 79,5 cm, particuliere verzameling

De tentoonstelling werd mede mogelijk gemaakt door Mondriaan FondsFonds21Gagosion Gallery en anonieme giften.

Rembrandt en Jan Six. De ets en de vriendschap

Rembrandt en Jan Six

 

Van 6 mei tot en met 3 september 2017 presenteerde Museum Het Rembrandthuis de tentoonstelling Rembrandt en Jan Six. De ets en de vriendschap. 

 
Eén van de beroemdste verhalen uit de zeventiende eeuw betreft de vriendschap tussen Jan Six en Rembrandt van Rijn. Deze band kwam tot uitdrukking in een intiem portret van Jan lezend bij het raam, dat al snel het hoogtepunt in Rembrandts grafische oeuvre bleek. De tentoonstelling schetste het beeld van een vriendschap in de hoogtijdagen van de zeventiende eeuw en het meesterschap dat op ultieme wijze tot uitdrukking kwam in de ets. Bovendien werd ingegaan op de fascinatie rondom de ets, de opdrachtgever en de kunstenaar in de eeuwen erna. Sinds het boek De levens van Jan Six van Geert Mak half lezend Nederland in de greep heeft, zijn Jan Six en zijn vriendschap met Rembrandt in Amsterdam meer dan ooit tot leven gekomen. Het Rembrandthuis sloot hier op aan met een kleine tentoonstelling.
 
Museum Het Rembrandthuis is de voormalige woon- en werkplaats van Rembrandt, waar de ets van Jan Six tot stand is gekomen. Het biedt de bezoeker een unieke en relevante context voor de tentoonstelling, die met bruiklenen uit de Collectie Six dan ook nergens beter op haar plaats is.
 
Rembrandt maakte illustraties voor het vriendenboek en toneelstuk van Jan Six, maar het geëtste portret is het mooiste voorbeeld van hun band. Jan leunt in de vensterbank en leest ongedwongen een tijdschrift. Zou het Jans eigen huis zijn waar Rembrandt op bezoek was? De ets uit 1647 toont in ieder geval het meesterschap van een succesvolle kunstenaar, die haarfijn de sfeer en karakter van het moment vangt. Tegelijk roept het ook een zeventiende-eeuwse wereld op die ineens heel dichtbij lijkt. Het bijzondere karakter van deze ets volgt niet alleen uit de verschillende voorstudies, staten en de etsplaat, maar ook uit de vele curieuze navolgingen in binnen- en buitenland.
 
Links: Rembrandt van Rijn, Jan Six, 1647, ets, Museum Het Rembrandthuis.
Rechts: Rembrandt van Rijn, Zelfportret, etsend bij het raam, 1648, ets, Museum Het Rembrandthuis
 
Links: Nicolaas Pieneman, Rembrandt in zijn atelier, 1852, Amsterdam Museum
Rechts: Thomas Worlidge, Edward Astley als Jan Six, 1762, Particuliere verzameling
 
Jan Six stierf in 1700 en liet een erfenis na, die zowel zijn artistieke als bestuurlijke kwaliteiten benadrukte: als schrijver en als burgemeester. Vanaf dat moment raken verschillende kunstenaars en verzamelaars gefascineerd door het beeld van de nonchalante jongeman in het binnenvertrek. Ook ontstaat een sterke behoefte om de twee te romantiseren in schilderijen. De vriendschap geeft kortom steeds weer stof tot verbeelding en altijd dankzij de universele en tijdloze ets van Rembrandt.
De tentoonstelling toonde niet alleen werken uit de Collectie Six, maar ook bruiklenen van het Rijksmuseum en het Amsterdam Museum.
 
De tentoonstelling werd gemaakt door gastconservator Menno Jonker. Bij de tentoonstelling Rembrandt en Jan Six. De ets en de vriendschap verscheen een publicatie met bijdragen van Nikki den Dekker, Erik Hinterding, Menno Jonker, Rudie van Leeuwen, Volker Manuth, Lilian Ruhe, Jan Six en Marieke de Winkel.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief
paint

Sign Up for the Newsletter

Paint
Aller au contenu principal