



Rembrandts spontane maar tevens trefzekere tekenstijl komt in zijn etsen prachtig tot uitdrukking. In dit medium zijn de bewegingen van zijn hand precies zo te volgen als in zijn tekeningen. Door te variëren in het drukproces beoogde hij van elke afdruk een individueel kunstwerk te maken. Museum Het Rembrandthuis bezit een van de belangrijkste collecties etsen van Rembrandt ter wereld en ziet het als missie om de aandacht voor dit uitzonderlijke culturele erfgoed te vergroten.
In het voormalige woonhuis van de kunstenaar worden dagelijks doorlopende demonstraties gegeven waarin de bezoeker leert hoe een ets tot stand komt. In de presentatie gaven uitvergrotingen van enkele prenten inzicht in de uitzonderlijke kwaliteit van het werk en de bezoeker uitnodigen om nader naar de verfijnde etsen te kijken.
Links: Rembrandt, Christus predikend (‘De Honderdguldenprent’), ca. 1648, ets, drogenaald en burijn, Museum Het Rembrandthuis. | Rechts: Rembrandt, Zelfportret met Saskia, 1636, ets, Museum Het Rembrandthuis.
Twee musea, één gedachte
Vanuit de hele wereld kwamen vele schilderijen, uit musea en particuliere collecties, voor deze dubbeltentoonstelling in Amsterdam samen. Sommige hiervan waren voor het eerst sinds de 17de eeuw weer terug in onze hoofdstad. In de tentoonstelling werd het meesterschap van Ferdinand Bol en Govert Flinck in de zeventiende eeuw op twee locaties uitgediept die complementair zijn aan elkaar: opleiding bij leermeester Rembrandt versus zelfstandigheid op de kunstmarkt.
In het Rembrandthuis, de plek waar de leermeester van Ferdinand Bol (1616-1680) en Govert Flinck (1615-1660) bijna twintig jaar heeft gewoond en gewerkt, lag de nadruk op hun leertijd bij Rembrandt. Aan de hand van vele kunstwerken werd de bezoeker meegevoerd naar de jonge jaren van de beginnend schilders en hun opleidingstijd, kort na elkaar, bij Rembrandt.
In het Amsterdam Museum ervaarde de bezoeker dat Bol en Flinck zijn uitgegroeid tot zelfstandige meesters. Geholpen door een zorgvuldig opgebouwd netwerk wisten de ambitieuze schilders door te dringen tot de absolute top van de kunstmarkt. De twee generatiegenoten werden daarmee niet alleen geduchte concurrenten van hun voormalige leermeester, maar ook van elkaar. Zij waren nog tijdens hun leven succesvoller dan Rembrandt.
Twee andere locaties in de stad, het Paleis op de Dam en Museum Van Loon, sloten aan bij de tentoonstelling door in dezelfde periode aandacht aan de twee kunstenaars te schenken. In de Hermitage Amsterdam vond vrijwel gelijktijdig de tentoonstelling Hollandse Meesters uit de Hermitage plaats.

Links: Ferdinand Bol, Zelfportret, leunend op een balustrade, ca. 1647. Doek, 93 x 83,5 cm. Particuliere collectie / Rechts: Govert Flinck, Zelfportret, ca. 1640. Paneel, 59 x 47 cm. Keulen, Wallraf-Richartz-Museum (bruikleen particuliere collectie)
Twee kunstenaars, één leermeester
Bol en Flinck gelden als de twee belangrijkste leerlingen van Rembrandt. Hun indrukwekkende werk wordt wereldwijd bewonderd, straten zijn naar hen vernoemd – en na 350 jaar werden zij met deze tentoonstelling eindelijk uit de schaduw van hun leermeester gehaald. Met imposante portretten en dramatische voorstellingen gebaseerd op de bijbel of de oudheid voorzagen Bol en Flinck in een behoefte van hun opdrachtgevers, waaronder welvarende kooplieden en vertegenwoordigers van de maritieme en politieke macht.
Andere invalshoek
De tentoonstelling is rijk aan verhalen en bood de gelegenheid om het Amsterdamse verhaal van de 17de eeuw vanuit verschillende perspectieven te laten zien. Regisseur en theatermaker Jörgen Tjon A Fong van Urban Myth was uitgenodigd om vanuit zijn rijke theaterervaring en vertelkracht kanten van de 17de eeuw naar voren brengen die vaak niet zichtbaar zijn in schilderijen.
Publicatie
Bij de dubbeltentoonstelling gaf WBooks een rijk geïllustreerd boek uit over het werk en het leven van beide kunstenaars.
Confronterend, zo’n pissende man? Gênant eerder. Zelfs in Rembrandts tijd, toen ‘wildplassen’ niet ongewoon was. Plassende en poepende mensen werden vaker uitgebeeld, in de omgeving van een herberg bijvoorbeeld. Als onopvallend detail en dan doorgaans van opzij of op de rug gezien. Rembrandt ging in zijn rake observatie net wat verder.
Rembrandt, Het pissende mannetje, 1631
Ets, enige staat, 82 x 48 mm.
Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam
Rembrandt, Lezende vrouw, 1634
Ets, staat II (3), 123 x 100 mm.
Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam
Dat Rembrandt haar bestudeerde, lijkt de jonge vrouw niet in de gaten te hebben. Ze gaat helemaal op in het boek dat ze leest. Ze houdt het dicht bij haar ogen en heeft een hand onder haar kleding gestopt. Een intiem gebaar dat Rembrandt niet ontging. Voor hem was het tegelijkertijd ook een studie in licht en donker.
“Hoe zien we Rembrandt terug in het werk van beroemde Franse kunstenaars? Daar gaat deze tentoonstelling over. Naast de usual suspects als Degas en Manet, willen we de bezoeker ook kennis laten maken met (in onze tijd) wellicht wat minder bekende kunstenaars als Charles Méryon en Félix Bracquemond, die sleutelfiguren in het Franse netwerk van kunstenaars waren. De tentoonstelling krijgt bovendien een lichte en frisse vormgeving, waardoor je je echt even op het Franse platteland of in hartje Parijs waant.”
– Lidewij de Koekkoek, directeur Museum Het Rembrandthuis
(Boven) Charles Méryon, Notre-Dame in Parijs, 1854, ets, staat 4 (8), 165 x 299 mm, Rijksmuseum. Schenking van de familie Vroom-van Beers, Helmond | (Onder) Edgar Degas, Vrouw droogt zich af na haar bad, 1891-1892, lithografie, 250 x 230 mm, Rijksmuseum. Aankoop uit het F.G. Waller-Fonds.
Achtergrondverhaal: Rembrandt revival
De oprichting van de Franse Académie in 1648 zorgde voor een verschuiving in aandacht naar klassiek georiënteerde kunst. Rembrandts kenmerkende stijl sloot met name in Frankrijk minder goed aan bij de heersende smaak. Tot een aantal Franse kunstenaars zich in de jaren 1830 ging afzetten tegen de classicistische regels van de Académie. Zij kregen een hernieuwde interesse voor Rembrandt. Voor hen was hij het ultieme voorbeeld van een anti-conformistische kunstenaar die realisme en artistieke innovatie nastreefde.
De School van Barbizon bestudeerde met name zijn etsen en vond inspiratie in Rembrandts licht-donkercontrasten, het creëren van meerdere staten van een ets en zijn experimenten met verschillende papiersoorten. Deze heropleving van de etskunst ontwikkelde zich verder in Parijs, waar Rembrandts invloed voelbaar is in de werken van vele kunstenaars, van Charles Méryon tot Odilon Redon.
(Boven:) Rembrandt, De drie bomen, 1643. Ets, droge naald en burijn, enige staat, 213 x 279 mm. Museum Het Rembrandthuis | (Onder:) Félix Bracquemond, Landschap met naderende onweersbui en ganzen in weide, 1860-1914. Ets, staat 6 (11), 259 x 347 mm. Rijksmuseum. Aankoop uit het F.G. Waller-Fonds.
Een voorbeeld van de directe invloed die Rembrandts etsen hadden, zien we terug in dit werk van Félix Bracquemond. De ganzen in zijn boerenlandschapje voelen de bui al hangen, letterlijk: een donkere onweersbui nadert. De zware wolken worden benadrukt door felle zonnestralen. Het is overduidelijk wat Bracquemonds voorbeeld voor deze ets was: hij had Rembrandts beroemde ets met drie bomen gezien. Er was een exemplaar van die ets te zien in het prentenkabinet van het Louvre. Vele kunstenaars bezochten deze plek in hartje Parijs voor inspiratie.
De tentoonstelling Rembrandt in Parijs. Manet, Méryon, Degas en de herontdekking van de etskunst (1830-1890) was van 21 september 2018 t/m 6 januari 2019 te zien in Museum Het Rembrandthuis.
(Links) Norbert Goeneutte, Place de la Concorde, Paris, 1884-1887. Ets en droge naald, 320 x 198 mm, privécollectie. (Rechts) Henri-Charles Guérard, Maan over Honfleur, c. 1890, olieverf op doek, 30,2 x 84,5 cm, privécollectie.
De tentoonstelling Rembrandt in Parijs. Manet, Méryon, Degas en de herontdekking van de etskunst (1830-1890) wordt mede mogelijk gemaakt door de Gravin van Bylandt Stichting, de Janssens Friesche Stichting en een aantal fondsen die anoniem willen blijven.
Rembrandt kon heel goed en invoelend kijken – zijn verbeeldingen van oudere mensen zijn intiem, kwetsbaar en krachtig tegelijkertijd. Er zijn fragiele oude mensen dommelend in een stoel. Maar we zien ook wijze oude mannen in hun studeervertrek of een vitale pannenkoekenbakster.
De tentoonstelling toonde in het najaar van 2020 kunstwerken uit de museumcollectie, zoals etsen van Rembrandt, schilderijen van zijn leerling Abraham van Dijck en prenten van de moderne kunstenaar en Rembrandt-fan Aat Veldhoen. Hoogtepunt van deze collectietentoonstelling was de nieuwste aankoop van Museum Het Rembrandthuis: een klein schilderij van Rembrandt-leerling Abraham van Dijck.
Het museum kocht het in 2019 op een veiling. Het is een voorstelling van een oude man die bijna in slaap valt. Oude mensen stonden in de zeventiende-eeuwse Nederlandse kunst vaak symbool voor de tijdelijkheid van het leven. Maar deze man is schilder; hij heeft palet en penselen in de hand. De boodschap zou hier kunnen zijn: het leven is eindig, maar het schilderij blijft. Oftewel kunst overwint de dood.
Leef/Tijd is tot stand gekomen met steun van de Vereniging Rembrandt en de Turing Foundation om het belang van de vaste collectie te benadrukken.