Transcriptie 4

Lodewijk van Ludick verkoopt Rembrandts schuld aan Harmen Becker, 31-12-1664

Rechter pagina

Op huijden den 31 Decemb[er] AO 1664
compareerden voor mij, Joannes Hellerus,
notaris publijcq by den Hove van Hol
land geadmitteert, t’Amst[erdam] residerende,
Srs. Abraham Fransz., out 51 jaren en
Thomas Asselijn out44 jaren, in
woonders deser sede, en hebben ten versoecke
van Sr. Rembrant van Rijn,schilder,
wonende op de Lauriergraft  alhier, geat
testeert en getuigdhoe waer is, eerst
Abraham Fransz alleen, dat negen
a thien maenden geleden, sonder den
precysen tyt onthouden te hebben, hy depo
sant ten huijse van Harmen Becker alhier is
geweest, alwaer mede van Lodewijck
van Ludick, welcke van Ludick met
de voorn. Beckerte [lofsbot?] zijnde, dat
hij Becker van hem van Ludick,soude overnemen
de schult, die hy van Ludick hadde
tot laste van den req[uiran]t volgens de laetste acte
daervan synde gepasseert voor den notaris Listing
en daervoor laken betalen tot acht gulden d’elle,
’t welck hij hem vertoonde, daerop hij, van Ludick,
tegen hem Becker seyde, dat hij Becker t’voorn.
laeken te hoogh instelde, seggende
hij van Ludick tegen hem Becker, ick
wil u alle ’t laken ’t welck ghij mij
presenteert voor de actie
laten houden voor vijf hondert gulden,
welcke presentatie hij Becker
datelijck heeft geaccepteert en voorts
wederom daer uytgescheijden, waer
na hij van Ludick tegen hem Becker
wederom seijde: ick sal u alle het laken
noch vyfentwintich guld[en] minder als
vyfhondert laten, hij Becker daer
op seyde: ick wil liever ’t laken quijt
zijn, als het gelt voor die actie geven,
waerop hij Becker hem van Ludick de voorn.
actie heeft voldaen met het voorn. laken;
getuigd Thomas Asselijn, mede alleen,
dat eenige dagen na het sluijten van het voorn.
accoord, hij van Ludick tegen hem depo
sant verclaert heeft dat hij de actie van
Rembrant hadde verhandelt aen de voorn. Becker tegens laken en
hij deposant daerop seggende soo sult
ghij lichtelyck goede handelinge
gedaen hebben, hij van Ludick wederom seyde,

[Op achterzijde] wat soude ik een goede handelinge
gedaen hebben ick heb hem het laken
wederom gepresenteert voor
vyffhondert guldens, presenteerende
sulcx des noods versocht synde bij eede
te stercken. Gedaen t’Amst. in bijsijn
van Jan Cranendoncq en Christiaen
Becker Als getuijgen.
Quod attestor: Abraham Franssen

  1. Hellerus, Nots. publ. Thomas Asselijn

AO 1664

 

Codicil van Pieter de la Tombe 21-2-1671

Nog geen transcriptie beschikbaar, onze excuses voor het ongemak.