In Geen categorie

Rembrandt was niet alleen een gevierd kunstenaar en leermeester, hij was ook een groot verzamelaar van kunst en allerlei inspirerende objecten. Deze bewaarde hij in een speciaal daarvoor ingerichte kamer in zijn huis: de Kunstcaemer. Elke week lichten wij een object uit deze schatkamer uit. Deze week: een opgezette paradijsvogel uit het Verre Oosten.

 

Links: een opgezette paradijsvogel. Rechts: Rembrandt, Twee studies van een paradijsvogel, ca. 1639, Musée du Louvre, Parijs.

Naast artistieke objecten en door mensen vervaardigde voorwerpen, zogenoemde ‘artificialia’, bezat Rembrandt ook ‘naturalia’, natuurlijke voorwerpen. Zo bevond zich in zijn kunstkamer ‘een groote quantiteyt hoorens, seegewassen en veel andere rariteyten’, volgens de boedelinventaris uit 1656. Naast wat losse zaken en een doosje mineralen, bezat hij 47 stuks zee- en aardgewassen en 23 stuks zee- en landdieren. In het kleine atelier, de studio waar Rembrandts leerlingen aan het werk waren, waren bovenden ‘een pertije harthoornen’ en een ‘groot segewas’ aanwezig. Men kan bij de naturalia denken aan schelpen, slakkenhuizen, koralen, zeesponsen, zeeëgels, allerlei steensoorten, fossielen en aan geprepareerde vissen, vogels en landdieren of harde delen van dieren, zoals botten, tanden, pantsers, snavels, schedels, eieren, veren en huiden.

Een bijzonder object dat in de boedelinventaris vermeld staat, is een paradijsvogel. Deze lag samen met zes waaiers in een houten bak in de kunstkamer. Paradijsvogels waren kostbare curiosa die als particuliere handel werden meegenomen door opvarenden van schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. In de grotere verzamelingen kwamen ze altijd voor. Het verhaal ging dat deze vogels geen pootjes hadden en gedoemd waren hun leven lang te vliegen en nooit te rusten. In werkelijkheid werden al in Azië bij het preparen de pootjes afgeknipt of in het lichaam genaaid.

Recente berichten

Geef een reactie