Nog voordat Rembrandt was begonnen met schilderen, had de iets jongere Jan Lievens al naam voor zichzelf gemaakt in Leiden als wonderkind. Hij begon in Leiden als leerling van de historieschilder Joris van Schooten en voltooide zijn opleiding bij de vermaarde Amsterdamse historieschilder Pieter Lastman reeds als twaalfjarige jongen. Lievens was al een aantal jaren aan het werk toen hij Rembrandt voor het eerst ontmoette, rond 1624. Er was sprake van herkenning tussen de twee jonge mannen: ze deelden  dezelfde interesses en inspireerden elkaar. Kort daarna vertrok ook Rembrandt naar Lastman om zijn opleiding af te ronden, ongetwijfeld hierin gemotiveerd door zijn nieuwe vriend. Lievens trad op zijn beurt in de voetsporen van Peter Paul Rubens en de Utrechtse Caravaggisten. Rembrandt keerde terug naar Leiden en begon al gauw elementen van deze nieuwe trends van Lievens over te nemen.

De twee kunstenaars zijn gedurende enkele jaren, van 1628 tot 1631, verwikkeld geraakt in een enorm constructieve en productieve rivaliteit, mogelijk zelfs in een gedeeld atelier. In 1628 werden ze bezocht en vergeleken door Constantijn Huygens, die Lievens’ zelfverzekerdheid en vaardigheden als portrettist en schilder van grootschalige figuren opmerkte. Hun vriendschap komt het best tot uitdrukking in het portret dat Lievens van Rembrandt maakte (zie hieronder), gemaakt ruim voordat de twee kunstenaars ieder hun eigen weg gingen, Rembrandt in Amsterdam en Lievens in Londen. Dit schilderij is nu te zien in de tentoonstelling Rembrandt’s Social Network. Maar hoe ging het dan verder met de vriendschap tussen de twee mannen? Toen Lievens in 1644 terugkeerde naar Amsterdam, hervatte hij zijn contact met Rembrandt, maar deze werd nooit meer zo hecht als tijdens hun Leidse jaren.

Jan Lievens Portret van Rembrandt ca. 1629 Olieverf op paneel, 57 x 44 cm Amsterdam, Rijksmuseum (in bruikleen van een particuliere collectie).

Recente berichten