In Geen categorie

In de zeventiende eeuw kocht een kunstenaar zijn verf niet kant en klaar in tubes, maar maakte die zelf. Kunstenaars schaften pigmenten aan, grondstoffen in poedervorm, bij speciale handelaren en namen deze mee naar hun atelier. Daar mengden ze de pigmenten met een plantaardige olie (vaak lijnolie) op hun palet. Door zelf de olieverf te maken, konden kunstenaars zelf bepalen hoeveel verf ze nodig hadden voor het schilderij waar ze op dat moment aan werkten, en verspilden ze zo geen pigmenten.

Rembrandt gebruikt voor de meeste van zijn schilderijen maar twaalf pigmenten, grondstoffen in poedervorm. Door te variëren in dikte, textuur en transparantie en door verschillende kleurcombinaties in de afzonderlijke verflagen, kon een heel scala aan effecten worden bereikt. In het auditorium van Museum Het Rembrandthuis kan je een overzicht vinden van de pigmenten die Rembrandt gebruikte, met de belangrijkste kenmerken en eigenschappen ervan.

Rembrandts pigmenten. Museum Het Rembrandthuis Amsterdam

Recente berichten

Geef een reactie